Categories

Deel op social media

Share on facebook
Share on linkedin
Share on twitter
Share on whatsapp
Share on pinterest
Share on email

Tags

Aan welke groepen wil je lesgeven?

Onderbouw (groep 1-2)

Lesdoelstelling

Na afloop van deze lesdag kan de leerling:

- Benoemen wat je nodig hebt om een schilderij te maken.
- Verschillende kleuren, vormen en materialen herkennen en benoemen.
- 1 of meerdere beroemde kunstenaars en kunstwerken opnoemen (waaronder Rembrandt's Nachtwacht)
- Verschillende emoties herkennen en benoemen die te zien zijn op een portret (boos, blij, bang, verdrietig).
- De leerling heeft geoefend met het maken van een levensgrote ik tekening waarbij hij mag experimenteren met uitdrukking geven aan zijn gevoel door middel van kleur/vorm en materiaal.
- De leerling heeft geoefend in het formuleren van zijn gedachten en gevoel bij een kunstwerk. Hij heeft ook leren luisteren naar klasgenoten en heeft zo geleerd dat er verschillende meningen naast elkaar kunnen en mogen bestaan over kunst.

Kennis -en vaardigheid doelstellingen

Kerndoel 54 De leerlingen leren beelden, muziek, taal, spel en beweging te gebruiken, om er gevoelens en ervaringen mee uit te drukken en om er mee te communiceren. Kerndoel 55 De leerlingen leren op eigen werk en dat van anderen te reflecteren. Kerndoel 56 De leerlingen verwerven enige kennis over en krijgen waardering voor aspecten van cultureel erfgoed.

Benodigdheden

- Grote vellen wit papier, liefst behangrol-formaat, anders voldoet A3 papier ook
- A3 vellen gekleurd papier
- Lijmstiften
- Eventueel oude tijdschriften om uit te scheuren/knippen en plakken
- Scharen
- Wasco of andere krijtjes
- Potloden

Als de ruimte het toestaat en de groep is niet te groot/er is genoeg begeleiding:
- Materiaal om mee te schilderen: Acrylverf (uitwasbaar) , kwasten, schorten en paletjes
of wegwerpbordjes.
- (Jam)potten om kwasten uit te spoelen
- Zeil om tafels mee af te dekken

1. Oriëntatie - Tijd: 9.00 - 10.00 uur

1. Titel

Hoe maak je een schilderij?

1.1. Introductie

Ik vertel wat we vandaag gaan doen en laat daarbij pictogrammen zien. Ik stel vragen zodat ik een indruk krijg van de kennis en ervaring van de leerlingen met kunst. Daarbij begin ik vanuit hun beleving zodat nieuwe informatie daar goed op kan aansluiten. Maken ze zelf wel eens een tekening of een schilderij? Hoe doen ze dat? Zijn ze wel eens in een museum geweest? Wat hebben ze daar gezien? We gaan het vandaag vooral hebben over schilderijen van beroemde kunstenaars die mensen schilderen. Ik laat een schilderijtje zien laat de leerlingen de verschillende onderdelen benoemen. Wat heb je nodig om zo’n schilderij te maken? We bekijken en benoemen kwasten, lijst, doek, verf, palet, papier. Daarna lees ik het boek Kleuren van Herve Tullet waardoor kinderen al spelenderwijs leren hoe kleuren mengen werkt.

1.2 Kennis-en vaardigheid doelstellingen

Kerndoel 56

De leerlingen verwerven enige kennis over en krijgen waardering voor aspecten van cultureel erfgoed.

 

1.3 Opdracht

- De leerlingen benoemen hun eigen ervaring met kunst maken en kunst kijken. - De leerlingen benoemen de verschillende onderdelen van een schilderij en de materialen die je nodig hebt om een schilderij te maken. Hier mogen ze ook aan voelen. - Als er tijd over is spelen we het spelletje ‘Wie staat er voor de klas’ en ‘Wat is er veranderd’.

1.4 Werkvorm

4. Klassikaal

1.5 Reflectie

Aan het eind van de introductiefase herhaal ik wat we geleerd hebben over kunst en vertel ik wat we na de pauze gaan doen.

2. Onderzoeksfase - Tijd: 10.30 - 12.00 uur

2.1 Titel

Rembrandt schildert zich zelf

2.2 Beschrijving

Na introductie van het thema laat ik afbeeldingen zien van (groeps-)portretten door beroemde kunstenaars zoals Rembrandt, Vermeer en Jan Steen. Ik stel vragen waarmee ik de nieuwsgierigheid van de leerlingen prikkel en ze aanzet om nog beter te kijken, voelen, horen, ruiken en na te denken over kunst. Ik zorg voor diversiteit in de afbeeldingen zodat de kinderen kennis kunnen maken met mensen van verschillende afkomst/leeftijd/arm/rijk. Afhankelijk van de respons van de kinderen ga ik naar meer abstract werk van Vincent van Gogh en leden van de Cobragroep zoals Karel Appel.

2.3 Kennisdoelstelling

Kerndoel 56

De leerlingen verwerven enige kennis over en krijgen waardering voor aspecten van cultureel erfgoed

2.4 Opdracht I

Deze opdrachten die de verschillende zintuigen aanspreken zijn de start voor een gesprek waarbij we nog meer vragen stellen aan het schilderij en dieper ingaan op wat er te zien is.

  • Kleurenopdracht: de leerlingen gooien om beurten met de kleurendobbelsteen en noemen een voorwerp op het schilderij met die kleur. – Bij 17e eeuws groepsportret of  werk van Karel Appel
  • Geluidopdracht: Hoe klinkt dit schilderij? – Een schilderij met dieren bijvoorbeeld stilleven van Adriaan van Utrecht of de Nachtwacht
  • Lekker/vies – Hoeveel dingen kunnen we opnoemen die je kan eten? Wie houdt er van….ga staan als je het lekker vindt, blijf zitten als je er niet van houdt. – Bij voedselstillevens
  • Hoe voelt dat? Kijk eens naar de kleding die deze mensen aan hebben. Wat valt je op? Zou dat lekker zitten? De leerlingen voelen de verschillende stoffen en materialen in de voelzakjes die ik meebreng
  • Na-apen gezicht: Hoe kijkt de persoon op dit schilderij? Kun je dat nadoen? De kinderen oefenen met herkennen en benoemen van basisemoties: blij, boos, bang, verdrietig – Bij zelfportret van Rembrandt of andere (groeps)portretten door Jan Steen, Frans Hals.
  • Na-apen lichaamshouding en gezichtsuitdrukking: Hoe staan de mensen op dit schilderij? We gaan het nadoen in tweetallen. De een gaat net zo staan als iemand op het schilderij en de ander moet raden wie het is (of doet het na) – Bij groepsportret. Nabespreken (reflectie) Hoe voel je je als je zo kijkt/staat?

2. Duo, 4. Klassikaal

2.8 Reflectie

Hoe was het om die verschillende stoffen te voelen? Voelde het zacht, hard, glad? Hoe voelde het om net zo'n gezicht te trekken als die boze meneer? voelde jij jezelf ook boos? enz.

3. Uitvoerfase - Tijd: 13.00 - 14.30 uur

3.1 Titel

Dit ben ik

3.2 Beschrijving

Opdracht 1

In de pauze komen de leerlingen om beurten bij mij. Ze gaan  liggen op de rol behangpapier. Als ze willen kunnen ze een grappig houding aannemen (vliegende superheld met de armen omhoog, balletdanser, voetballer of gewoon als zichzelf). Met een krijtje teken ik de omtrek van hun lichaam. Voordat ze zelf aan de slag gaan krijgen de kinderen de opdracht om te kiezen welke kleur en vorm er goed bij ze past. Daarna mogen ze zichzelf gaan inkleuren. Waar zitten je ogen, mond, neus, oren en navel? Geef je jezelf een blij gezicht? Of trots? Boos? Welke kleren heb je aan? Teken je jouw eigen kleren of zie je er uit als een superheld of iemand anders? Gebruik krijtjes (of verf als dat kan) maar ook andere materialen die voorhanden zijn zoals stroken gekleurd papier (scheuren) of tijdschriften die ze opplakken met lijmstift.

Opdracht 2

Als er te weinig ruimte is in de klas voor deze opdracht of de groep is te groot dan doen we de eenvoudigere versie van deze opdracht. De kinderen maken zelf een ik-tekening met krijt op kleiner formaat (A4 of A3). Deze knippen ze uit en plakken de tekening op een gekleurd vel.

 

3.3 Opdracht/ werkvorm

1. Individueel

3.4 Reflectie

In de reflectiefase bekijken de leerlingen hun eigen werk en het werk van klasgenoten. Ze benoemen wat ze zien en luisteren naar elkaar. Wat valt er op? Wat vinden ze mooi/goed? Wat is hetzelfde/anders? Wat kan er nog beter?

4. Reflectiefase - Tijd: 14.30 - 15.00 uur

4.1 Titel

Hoe was het?

4.2 Beschrijving

Tot slot pakken we de pictogrammen er weer bij. Wat hebben we allemaal gedaan? Wat was het leukste? Was er ook iets minder leuk? Wat heb je ontdekt over kunst wat je nog niet wist?

Ter afsluiting geven alle leerlingen in 1 woord een antwoord op de vraag Kunst is…

 

 

4.3 Opdracht/ werkvorm

4. Klassikaal

Share on facebook
Share on linkedin
Share on twitter
Share on whatsapp
Share on pinterest
Share on email

Verwant leerprogramma

Zeg het met symbolen!

De leerlingen ontwerpen een groepslogo. Een logo bestaat uit krachtige symbolen. In de workshop worden ze zich bewust van allerlei symbolen uit ons dagelijks leven.

Read More »

Een sprookje voor orkest

De leerlingen maken kennis met een bijzonder genre in de muziek: het muzikale sprookje. Ze doen een luister/kijkoefening om vervolgens zelf een scene muzikaal uit te voeren.

Read More »

Zien en gezien worden

De leerlingen gaan spelen met hun identiteit : letterlijk en figuurlijk. De workshop begint met een presentatie van hedendaagse kunstenaars en zelf fotograferen met attributen.

Read More »